donderdag 5 juni 2008

De Sleutel naar Saul

Gisteren een rustige dag. Van plan om 's avonds naar het reeds lang geplande concert van Saul Williams te gaan in goed gezelschap. De twee in Utrecht wonende dames van het driekoppige gezelschap dat met mij het concert bij zou wonen, zouden eerst gezellig hapje komen eten in Casa Famke. Pletske sms'te of ze wit danwel rood zou meenemen en tegen een uurtje of half vier liep de deur uit met de intentie om nog even wat verse groente en andere boodschapjes in huis te halen voor de geplande vega-lasagne. Net voor ik met mijn aftandse grijze rugzak, die inmiddels dienst doet als boodschappentas en met de vorig jaar in Barca gekochte grote hippe zonnebril op mijn neus, de deur uit wil gaan, bedenk ik dat de balkondeur nog open staat. Ik draai me om bij de voordeur, doe vlot de balkondeur dicht en vervolg mijn weg mijn huisje uit. Op het moment dat ik de voordeur achter me dicht heb getrokken bedenk ik het. Shit. De sleutels zitten nog in de deur. Aan de binnenkant. Ik heb mezelf buitengesloten! Kutterdekut. Wat nu? Ik kijk nog even of ik niet op een of andere manier langs de kier de deur open zou kunnen krijgen, maar al heel rap wordt duidelijk dat dit een no win situation is.

Gelukkig ligt een setje sleutels bij vrienden, voor dit soort gevallen, maar tot op heden ook vooral om even de plantjes water te geven en de brievenbus leeg te halen als ik op vakantie ben. Die moet ik bellen dus en hopen dat ze thuis zijn. Omdat ik alleen even een half uurtje de deur uit zou en mijn telefoon best zonder mij kan, ligt die nog binnen aan de oplader. Ik bel aan bij de buren aan de overkant van de gang en mag gelukkig de mobiele van de Turkse buurjongen even lenen. (Als ik al ooit getwijfeld zou hebben over de herkomst van deze familie, bevestigde de Turkse vlag op de screensaver van het toestel hoe het zat en dat zijn been in het gips met rood omwikkeld was, zou ook vast wel geen toeval zijn, bedacht ik terwijl ik bekeek welke knopjes ik op dit toestel moest nou precies moest indrukken.) De vrienden met mijn reservesleutelbosje in kwestie hebben gelukkig een heel gemakkelijk te onthouden telefoonnummer, dus kon ik ze gewoon bellen, zonder eerst nog het nummer te hoeven opzoeken. (Als jullie dit lezen: neem pretty please na de verhuizing jullie nummer mee!) Ik belde, niet verwachtend iemand aan de lijn te krijgen, overdag, ze zouden vast wel beiden aan het werk zijn, maar gelukkig nam de vrouwelijke helft van het duo op. Ze zou even zoeken en ik zou een half uur later terug bellen. Na vijf minuten buiten twijfelen, bedacht ik dat ik net zo goed gelijk terug kon bellen, want ik zou toch moeten afreizen naar de Meern voor die sleutels als zij wist waar vriendlief die opgeruimd had. Dus nog maar eens de buurjongen vragen om opnieuw te bellen en afgereisd naar de Meern. Omdat ik eigenlijk boodschappen zou gaan doen, had ik gelukkig wel mijn portemonnee bij me met daarin geld, bankpas en een strippenkaart.

Wanneer je haast hebt, het twintig voor vier is voor je uiteindelijk op de stadsbus stapt en je eigenlijk verwacht dat er om zes uur mensen op de stoep zullen staan, valt pas op hoe traag die stadsbussen gaan, hoe lang ze op het station blijven staan en hoe inefficiënt de routes zijn die ze in bepaalde gevallen afleggen. Voor mijn gevoel wel in ieder geval, hoewel ik de omgeving ten westen van het Amsterdam-Rijnkanaal niet zo goed ken. In de bus zit ik al uitgebreid te verzinnen wat wijsheid is nu. Vraag me bovendien af of ik wel met sleutels binnen kan komen als aan de binnenkant ook een sleutel in het slot steekt. Ergens rond kwart voor vijf bel ik aan in Casa de Meern. Ik word hartelijk ontvangen. Zie gelijk mijn sleutelbos en vraag of je een slot eigenlijk wel open kan maken als de sleutel er aan de binnenkant in zit. Mij wordt verteld dat dit niet het geval is..

Ik vraag of ik even bij hun mag inloggen op internet zodat ik iedereen kan vertellen wat er aan de hand is. Wil niet dat ze voor een dichte deur komen te staan en laat ze weten dat ik mogelijk bovendien niet bij de kaartjes kan. Verder wil ik Tivoli bellen, om te kijken wat er eventueel te regelen is qua geld terug als ik vanavond onverhoopt nieuwe kaartjes moet kopen en de woningbouwstichting om te kijken of zij toevallig weten of ik nog binnen kan, danwel wat ze me aanraden indien het niet kan. Eerst een mailtje aan iedereen met daarin alle uitleg, een plan B. met de nodige logistiek erin en het telefoonnummer van Casa de Meern, zodat men me (tijdelijk) kan bereiken. Al snel word ik gebeld, dus weet ik vrij snel zeker dat er geen mensen voor niks voor een dichte voordeur zullen eindigen, dat is alvast mooi. Pletske zegt dat het volgens haar wèl mogelijk is om binnen te komen aan de buitenkant met ook een sleutel aan de binnenkant. Ik zoek het nummer van de woningbouw op, bel het nummer voor dringende technische storingen. Wacht een menu af, voor gas- en glasschade en nog zo wat dingen tot ik bij optie 5 kom, iemand van de Woningbouw zelf speken en krijg een bandje dat ze tot half vijf open zijn en ik morgenochtend weer de eerste ben. Idioot eigenlijk dat zulke organisaties om vijf voor vijf dus totaal niet meer te bereiken zijn. Nu weet ik nog niks. Het zal een kwestie van uitproberen worden en dan maar het beste hopen. Maar het zal me nog minimaal een uur kosten voor ik weer bij mijn voordeur ben. De adrenaline blijft door mijn systeem razen. Natuurlijk kan ik op verschillende adressen blijven slapen als ik mijn huis die avond niet meer in kan, natuurlijk kan ik nieuwe kaartjes kopen en bij Tivoli is het geen probleem om in zulke gevallen geld terug te krijgen voor de ongebruikte kaartjes die thuis op de tafel liggen te wachten. Ik probeer mezelf rust in te praten, dat ik gewoon nieuwe kaartjes koop, dat me druk maken geen zin heeft en dat ik me er maar bij neer moet leggen. Maar eigenlijk wil ik 'het' gewoon weten en wel zo snel mogelijk.

Als ik niet naar binnen kan bij thuiskomst, zal ik geen tijd meer hebben om eerst nog te gaan eten in de stad ofzo, dus vraag ik in Casa de Meern of ze een paar boterhammen hebben. Ik krijg direct een keuze uit witte broodjes, bruine boterhammen en divers beleg en smeer 4 boterhammen bij het aanrecht. Geen geduld om ze daar op te eten, dus nog een boterhamzakje en in de tas. In de bus genoeg tijd om dat op te eten, denk ik bij mezelf. Verder krijg ik nog een fleece mee, voor als het kouder wordt. Het was plakkerig warm toen ik de deur uitging en mijn kleding is dus niet postzonsondergangsproof: een grijsgeblokte broek met grote rode schoenen, maar verder alleen een zwart hemdje. Op naar de bus. Terwijl ik de boterhammen eet in de bus, valt het me opnieuw op hoe tergend langzaam de bus gaat. Het is rond half zes als ik opstap in De Meern, ik zal dus pas op zijn vroegst om half zeven thuis zijn, mede afhankelijk van het verkeer (inmiddels in de avondspits) en de overstaptijd op het station.

Eindelijk, eindelijk rijden we Utrecht binnen. Ik word steeds gespitster. De ontknoping zal naderen en ik zie weer stukken stad die ik ken, dit in tegenstelling tot de enorme Vinexwijk die aan de andere kant van het eerdergenoemde kanaal uit de grond gestampt wordt. Ik moet een paar minuten wachten op mijn bus die redelijk vlot richting mijn casa rijdt. Ik weet niet hoe snel ik de bus uit moet stappen, wanneer we bij de bushalte zijn. Het gaat me te ver om te rennen, maar ik heb al allerlei doemscenario's in mijn hoofd over het desnoods maar kopen van een tandenborstel bij de Albert Heijn, het morgen opbellen van een één of andere sleutelboer, die voor veel te veel geld mij mijn huis binnen laat, door wellicht met veel geweld het complete slot uit te boren. Ik vertel mezelf dat ik net zo goed rustig aan kan doen, omdat ik het hooguit een minuut eerder zal weten. Dit helpt voor geen meter. Snel loop ik door en hoop en bid ik dat de dame in Casa de Meern ondanks al haar wijsheid deze keer ongelijk heeft, maar ik durf er niet op te rekenen. Aangekomen, snel ik de trappen op, steek de sleutel in het slot. Hij kan er in ieder geval helemaal in, ik maak een draaiende beweging en voel de cilinder in het slot meegeven, de deur zwaait open en ik sta binnen. Nog nooit ben ik zo opgelucht geweest om mijn eigen huis binnen te kunnen stappen. Het scheelt veel gedoe, maar ook gewoon veel geld. Het is inmiddels al half zeven geweest en de adrenaline racet door mijn aderen. Binnen! Wooohooo.. Dit feit is op zichzelf al een klein feestje waard.

Tijd om opgelucht adem te halen, neem ik niet. Ik heb om te beginnen de hartelijke dame in de Meern beloofd te laten weten of het gelukt is, dus loop ik naar de telefoon die aan de lader in de boekenkast ligt. Pletske schrijft in een smsje dat ze een kaartje over heeft dat ze via via heeft gekregen. Ik bel eerst naar Casa de Meern dat ik binnen ben en blij ben dat ze ongelijk had in dit geval en vraag haar gelijk tegen beter weten in, of ze mee wil, want er is een kaartje over voor het concert vanaaf. Ze kan niet en dat is ook logisch. Er is immers een klein mannetje waarop gepast moet worden. Vervolgens bel ik Pletske, dat ik binnen ben, en dus alle kaartjes heb, dat de adrenaline door mijn lijf giert en dat als ze iemand anders weet voor het kaartje ze die nog kan bellen. Pletske weet niemand, dus stel ik voor dat Teensy haar eigen vriend of een andere vriend die ik ook weleens heb ontmoet het kaartje kan geven. Ik bel Teensy en Teensy verwacht dat haar eigen lief niet mee wil, maar zal de beide heren in ieder geval vragen. Ten slotte bel ik de man die uit Leiden moet komen, maar krijg geen gehoor en zijn voicemail heeft fratsen zoals altijd. Nou ja. In ieder geval geprobeerd.

Door de stress, het benauwde weer, het haasten en de plakkerige stadsbus ben ik behoorlijk bezweet thuis gekomen en heb gaandeweg de telefoongesprekken het plakkerige hemdje en mijn broek uitgetrokken. Ik besluit me heel even snel onder de douche af te spoelen, nog wat te drinken, mijn spullen bij elkaar te zoeken en dan moet ik ook snel de deur uit. Na het douchen ontvang ik een telefoontje. Ik ben vriendelijk, doch gehaast en kap het met een korte uitleg na een minuut of tien af. Snel ander stel kleren aan, verse sokken, wat spullen in de tas (telefoon, camera, geld, kaartjes e.d.) een glas drinken pakken en dan de deur uit. Toch nog aan de late kant, zal het niet halen er acht uur te zijn, dus verwacht dat men wel op mij zal staan wachten. Dat valt mee. Of tegen, afhankelijk van hoe je het bekijkt. Twee van de drie duiken al rap op en van Pletske een smsje dat ze ons wel vindt als we binnen zijn. We lopen naar binnen, een eerste rondje wordt gehaald. Omdat ik de hele dag geleefd heb op een totaal van 8 bruine boterhammen en veel glazen water, heb ik wel even een oppepper nodig en neem een glas cola bij wijze van instant suikerbom. Als we daar staan, voel ik voor het eerst het adrenalinepeil zakken. De twee mensen voor wie ik de kaartjes had, zijn binnen, ik kan mijn huis in, niemand is voor een dichte deur geëindigd en Pletske is onderweg. Het is allemaal goedgekomen.

Op naar het tweede deel van de dag: het concert van Saul Williams dat al maanden op de planning stond. Was erg nieuwsgierig wat te verwachten. Qua muziek bestrijkt het genre van Williams een gebied dat gaat van hip hop tot dub tot industrial. Laatstgenoemde genre is zeker goed vertegenwoordigd op het meest recente album Niggy Tardust, dat duidelijk waarneembaar werd geproduceerd door Nine Inch Nails frontman Trent Reznor. Hoewel ik sommige muziekjes van de hand van Williams niet te versmaden vind, ben ik toch vooral het meest onder de indruk van zijn dichtwerk en met name de manier waarop hij dat slamsgewijs voordraagt. Ik heb al een mp3 afgeluisterd waarop hij 21 minuten lang vol vuur zich een weg door zijn woorden slamt en ook een filmpje op YouTube voor het eerst gezien met FijnvoorAlles die toen ook flink onder de indruk was. Kortom: fam hoopt op zijn minst op enige slammerij tussen de muziekjes door.

Saul betreedt een uur later dan officieel aangekondigd het podium. Niet een grote, maar wel een flamboyante man, veren in allemaal felle kleuren in het kroezende haar gestoken, een naamkettinkje met in het rood de tekst Niggy om zijn nek, glitters op de borstkas van het half opengeknipte T-shirt, een turquoisekleurige schmink rond de ogen, flink wat armbanden, ringen, waaronder een knoepert van een ring met een doodshoofd en de outfit gecompleteerd met gele broek en een stel niet bijzonder charmante bontlaarsjes. (Over smaak valt wel degelijk te twisten, vindt fam). Saul heeft nog 3 muzikanten bij zich, vooral de toetsenist met een grote Bootsy Collinsesque bril, een enorme Draculacape en een soort zwart wit gestreepte handschoenen of iets dergelijks valt bijzonder op. Ze hebben in ieder geval hun best gedaan om uiterlijk een onvergetelijke indruk te maken, deze twee heren.

Saul gaat direct goed los, vol van energie en Pletske en ik, samen helemaal vooraan bij het podium slaan dit alles met enig plezier gade, nog een beetje afwachtend en met camera in de aanslag. Foto's maken is redelijk onmogelijk, de reactietijd van de digi camera's zonder flits (want het mooist met podiumlicht natuurlijk) is te traag voor de constant bewegende Saul. Bovendien is Saul dusdanig rijk gepigmenteerd dat hij op sommige kiekjes letterlijk wegvalt tegen de donkere achtergrond. De muziek is best lekker, maar niet superdansbaar en tot mijn grote vreugde tussen sommige nummers door wordt er aan het einde een naadloze overgang gemaakt naar slam. Spoken word is een term die vaak gebruikt wordt, maar daar doe je Saul echt mee te kort. Een spervuur van woorden wordt over het publiek uitgespoten, dat in volledige stilte luistert. Niet alleen heeft de man een way with words waar de Deelders van deze wereld nog een puntje aan kunnen zuigen, maar het gáát ook nog ergens over. Ik ben danig onder de indruk.

Saul is erg geëngageerd. Terugkerend thema is vooral "racial issues", ook in veel van zijn liedjes. Ergens tussen 2 liedjes door, vertelt Saul dat hij het eigenlijk helemaal niet over het thema ras wil hebben: "Race is nothing but a social construct, that is messing with our minds so much I am forced to make songs about it, so we can dance to them" en zet het volgende nummer weer in.. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik de nummers niet persé first en foremost dansbaar vind, maar gelukkig speelt hij wel mijn persoonlijke favoriet "List of Demands", die wel bijzonder dansbaar is en waarop ik dus ook met enig enthousiasme losga. (Saul maakte na de eerste paar nummers een opmerking dat hij het publiek een beetje tam vindt, dat kan, ik vind het niet zo gek: Saul is meer luister- dan dansbaar.) Iemand die alle liedjes van voor naar achteren kent, al die tijd al helemaal vooraan staat en wèl consequent dansjes doet is een blonde dame, die hier niet helemaal op haar plaats lijkt. De dansjes zijn raar en niet helemaal in de maat, het meisje heeft een keurig keurig jurkje aan, een keurig keurig bobberig kapsel en dito handtas en fragiele ballerinaatjes aan de voeten. Pletske en ik observeren en bespreken deze dame met enig vermaak. Ze is bloedfanatiek, maar imagotechnisch klopt er geen hout van. Ik geef grif toe.. Het ligt natuurlijk niet aan die dame, maar aan de in beton gegoten vooroordelen van Pletske en ondergetekende over de gemiddelde podiumbezoeker, maar grappig is het evengoed wel.

Over Saul zijn we het roerend eens. Fijn concert, maar niet fantastisch, edoch de man is wèl de koning van het geslamde woord. Ik heb het er na het concert nog over met Pletske op het terras en even aan de telefoon met Teensy. De kracht van Saul ligt in zijn teksten en zijn slamskillz, meer dan in zijn muziek. Pletske en ik hopen dat de man nog eens terugkomt en zich alleen op het geslamde woord zal richten. Een festival als Crossing Border, bijvoorbeeld, zou bijzonder geschikt zijn. In the mean time heeft het in Utrecht residerende damestrio dat aanwezig was in ieder geval het plan opgevat toch (als-)nog eens de film "Slam" te zien, waarin Saul er lustig op los slamt. Ik zag die film zo'n 7 jaar geleden in het huis van een exlief en zijn huisgenoot en had nog nooit van het fenomeen "slamming" gehoord, maar was wel bijzonder onder de indruk. Nu we Saul het live hebben zien doen, is dat een mooie aanleiding om nog even na te genieten met een DVD'tje en een wijntje ofzo. Pletske en Teensy, als jullie dit lezen: dat moeten we echt eens doen!

Ten slotte: ik kan me voorstellen dat Saul via de muziek zijn engagement bij een veel breder publiek kan uitventen, dan bij een semi-intellectueel publiek dat van gedichten houdt. In zijn uppie krijgt hij de Helling (nog?) niet vol, maar in het voorprogramma van de jongbejaarden van Rage Against the Machine heeft hij natuurlijk zondermeer een flink bereik. Punt is alleen dat Saul best goede muziek maakt, maar er zijn anderen die daar veel beter in zijn dan hij. Ik ben geen kenner, maar heb een sterk vermoeden dat ik geen ongelijk heb wanneer ik beweer dat er weinig of geen mensen zijn die zo goed zijn in dichten en dan met name het op overtuigende en pakkende wijze voordragen van die gedichten als Saul. Daarin is Saul de ultieme krachtpatser en ik zou graag zien dat hij zich toelegt op zijn gedichten en zijn slammerij en daarmee de nodige erkenning krijgt. Saul en zijn woordkunstenarij verdienen dat.